Plaatsen

Het Wierings

Woorden en gezegden in het Wierings

Op Wieringen werd Wierings gesproken. Het ligt het dichtst bij het Fries en bij het Tessels. Hier staan woorden, gezegden en hoe je ze ongeveer uitspreekt.

Er is nooit een officiële spelling geweest. Wat hier staat, volgt de spelling van de bron. Dezelfde klank ziet er bij Winkler in 1874, bij Daan in 1950 en bij een latere bezoeker soms anders uit.

De regel Ongeveer is een leeshulp voor wie Nederlands spreekt. Het is geen opname. Heeft je browser een Nederlandse stem, dan leest de knop die spelling voor. Dat blijft een benadering.

Echt horen kan bij het Meertens Instituut. In de Nederlandse Dialectenbank staan opnames uit Den Oever: een visser en een huisvrouw, allebei geboren in 1908, over de visserij en de streek; een korte opname uit 1963; en een gesprek over bruiloften.

In de jaren vijftig schreef Jo Daan dat het dialect al aan het verschuiven was, door de Zuiderzeewerken en door mensen van buiten. Sinds de jaren zestig krijgen kinderen het nog weinig mee. Onder de oudste generatie is het nog te horen. Een lichtere vorm, dichter bij het Westfries van de vaste wal, hoor je breder.

Winkler vond het in 1874 Frieser dan het Tessels. Daan noemde het een Hollands dialect met veel Friese trekken. Later rekent men het tot het Eiland-West-Fries.

Hoe het klinkt

  • sk in plaats van sch

    Vooraan in een woord is de Nederlandse sch een s plus een k. Niet de zachte g van school, als je die als sg zegt.

    skip · skoel · skoene · skuttel

  • uu waar het Nederlands ui heeft

    Huis, kruis, muis en buik hebben de uu van muur. Niet de ui van ui.

    huus · kruus · muus · buuk

  • ie waar het Nederlands ij heeft

    Blijven, stijf, mijn en vijftig hebben de ie van dier.

    blieve · stief · mien · vieftig

  • ee en oo, niet de Westfriese ei en ou

    Bleek, week en breed hebben een ee, niet bleik of weik. Boom en lopen hebben een oo, niet boum of loupe. Die oo en, in braden en blazen, die ee zijn open, zoals in door en keer.

    bleek · boom · lope · droog

  • ng in hond, hand en tand

    Na een korte achterklank en voor d of t wordt de n een ng, zoals in lang. Aan het eind hoor je soms een d en soms een t. Daan noemde dat gutturalisering.

    hongd · hangd · tangd · dangse

  • klinkers blijven langer liggen

    Een klinker wordt vaak langer aangehouden dan in het Nederlands, zoals in school, huis en zeggen. Soms verandert de klank mee.

    skoel · huus

  • u wordt soms i of e

    Stuk is stik. Rug trekt naar de eu van deur. Put is pet.

    stik · rëg · pet

  • geen ge- voor het voltooid deelwoord

    Net als in het Westfries. Ik ben bleven. Ik heb dronken. Gedaan is deend, gezien is zient.

    bleven · dronken · deend · zient

  • de d valt weg, of er komt er een bij

    Kind wordt kiin, avond wordt even. Omgekeerd krijgt land een d, langd, en gezien een t, zient. Op de grond is op e grongd: de d van de is weg.

    kiin · èven · langd · grongd

  • verkleinwoord op -ke

    Schooltje is skoelke, huisje is huuske, een veulen is foelke. De e is dof, zoals in de. Andere Noord-Hollandse dialecten doen dit bijna niet. In het Fries hoor je het overal.

    skoelke · huuske · foelke · hauke

  • twee woorden, één spelling

    Daan schrijft in 1950 dat sommige sprekers een verschil in lengte nog hoorden en anderen niet. Haar voorbeeld: skite voor schieten, met een langere klinker dan skite voor het grovere woord. Op papier is het hetzelfde.

  • je tegen iedereen

    In eigen kring zei men je, jij, jou en jullie. Ook tegen oudere mensen, en de oude Wieringer ook tegen de dominee en de dokter. Geen u. Dat verschoof toen er meer mensen van buiten kwamen.

Woorden en gezegden

83 woorden van bezoekers

Door bezoekers doorgegeven

Deze woorden staan op mijnwoordenboek.nl, toegevoegd door bezoekers. Ze zijn niet nagetrokken in het boek van Jo Daan. Eén invoer ontbreekt hier: geeuwen voor gapen, want dat is gewoon Nederlands. Ken je een woord van huis uit, geef het door.

A

aakster

ekster

Ongeveer. Aak-stur.

mijnwoordenboek.nl

aamboaie

aambeien

Ongeveer. Aam-boo-aai-uh.

mijnwoordenboek.nl

aarlef

anderhalf

Ongeveer. Aar-lef.

mijnwoordenboek.nl

aars

anders

Ongeveer. Aars.

mijnwoordenboek.nl

aarsom

andersom

Ongeveer. Aars-om.

mijnwoordenboek.nl

aastongs

aanstonds

Ongeveer. Aas-tongs.

mijnwoordenboek.nl

abbelere

appeleren

Ongeveer. Ab-buh-lee-ruh.

mijnwoordenboek.nl

achteroaf

achteraf

Ongeveer. Achter-oaf. De oa in één lettergreep.

mijnwoordenboek.nl

achtgeven

opletten

Ongeveer. Acht-gee-vun. Bijna Nederlands.

mijnwoordenboek.nl

B

blakstil

bladstil

Ongeveer. Blak-stil.

mijnwoordenboek.nl

boeskippe

boodschappen

Ongeveer. Boes-kip-puh.

Een boeskip is één boodschap. Zie het gezegde over in verwachting zijn.

mijnwoordenboek.nl

boet

schuur

Ongeveer. Boet.

mijnwoordenboek.nl

boiegaar

allebei, beiden

Ongeveer. Booi-uh-gaar.

mijnwoordenboek.nl

broaie

breien

Ongeveer. Broo-aai-uh.

mijnwoordenboek.nl

bruun

bruin

Ongeveer. Bruun, de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

D

diek

dijk

Ongeveer. Diek, de ie van dier.

mijnwoordenboek.nl

dörep

dorp

Ongeveer. Deu-rup, de klinker naar de eu van deur.

mijnwoordenboek.nl

E

eij

zozo

Ongeveer. Ej, kort.

mijnwoordenboek.nl

erdeboaie

aardbeien

Ongeveer. Er-duh-boo-aai-uh.

mijnwoordenboek.nl

érremetierig

armoedig

Ongeveer. Er-ruh-muh-tie-rig.

Naast erremud voor armoede bij Daan.

mijnwoordenboek.nl

G

gárnille

garnalen

Ongeveer. Gar-nil-luh.

mijnwoordenboek.nl

gatepetiel

vergiet

Ongeveer. Gaa-tuh-puh-tiel.

mijnwoordenboek.nl

gniepeg

achterbaks

Ongeveer. Gnie-peg. De gn is te horen.

mijnwoordenboek.nl

gnokke

verlangen

Ongeveer. Gnok-kuh.

mijnwoordenboek.nl

gnorre

knorren

Ongeveer. Gnor-ruh.

mijnwoordenboek.nl

gute

huilen

Ongeveer. Guu-tuh, de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

I

ingde

eenden

Ongeveer. Ing-duh.

mijnwoordenboek.nl

K

kaapveugel

scholekster

Ook: lieuw.

Ongeveer. Kaap-veu-gul.

Lieuw is een tweede naam voor dezelfde vogel.

mijnwoordenboek.nl

katteborrel

een glas melk

Ongeveer. Kat-tuh-bor-rul.

mijnwoordenboek.nl

keizerke

fuut

Ongeveer. Kai-zur-kuh. Het -ke is een verkleinwoord.

mijnwoordenboek.nl

kieke

kijken

Ongeveer. Kie-kuh.

mijnwoordenboek.nl

kloade

morsen

Ongeveer. Kloo-aa-duh.

mijnwoordenboek.nl

knien

konijn

Ongeveer. Knien.

mijnwoordenboek.nl

kniëse

knieën

Ongeveer. Knie-uh-suh. De ë is een doffe e.

mijnwoordenboek.nl

knóie

kreuken

Ongeveer. Knooi-uh.

mijnwoordenboek.nl

kokkerd

meeuw

Ongeveer. Kok-kerd.

Zie ook kroai. Wieringer Nieuws gebruikte Kokkerds in 2021 als dorpsnaam.

mijnwoordenboek.nl

kroai

kraai

Ongeveer. Kroo-ai.

In 2021 gebruikte Wieringer Nieuws Kroaie en Kokkerds als namen voor de dorpen onderling.

mijnwoordenboek.nl

kwalletien

quarantaine

Ongeveer. Kwal-luh-tien.

mijnwoordenboek.nl

L

lemiere

het ochtendgloren, en ook oplichten

Ongeveer. Lee-mie-ruh.

Dezelfde vorm staat er twee keer, met deze twee betekenissen.

mijnwoordenboek.nl

lesje

restje

Ongeveer. Les-juh.

mijnwoordenboek.nl

lesting

laatst

Ongeveer. Les-ting.

mijnwoordenboek.nl

loábekakker

roddelaar

Ongeveer. Loo-aa-buh-kak-kur.

mijnwoordenboek.nl

M

matje

meisje

Ongeveer. Mat-juh.

mijnwoordenboek.nl

mitien

meteen

Ongeveer. Mit-tien.

mijnwoordenboek.nl

mongd

mond

Ongeveer. Mongd. De n is ng, zoals in hongd.

mijnwoordenboek.nl

morre

mopperen

Ongeveer. Mor-ruh.

mijnwoordenboek.nl

mosk

mus

Ongeveer. Mosk.

mijnwoordenboek.nl

muus

muis

Ongeveer. Muus, de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

N

noaister

naaister

Ongeveer. Noo-ai-stur.

mijnwoordenboek.nl

O

ondógendeg

ondeugend

Ongeveer. On-doo-gun-dug.

mijnwoordenboek.nl

ongs

ons

Ongeveer. Ongs.

mijnwoordenboek.nl

P

peerd

paard

Ongeveer. Peert.

mijnwoordenboek.nl

peeuwkont

zeurkous

Ongeveer. Pee-uw-kont.

mijnwoordenboek.nl

pien

pijn

Ongeveer. Pien, de ie van dier.

mijnwoordenboek.nl

pienlijk

pijnlijk

Ongeveer. Pien-luk.

mijnwoordenboek.nl

poepekóól

boerenkool

Ongeveer. Poe-puh-kool, de oo lang.

mijnwoordenboek.nl

puus

poes

Ongeveer. Puus, de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

puut

voorhoofd

Ongeveer. Puut, de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

S

seumerfeugels

sproeten

Ongeveer. Seu-mur-feu-guls. Eu van deur.

mijnwoordenboek.nl

skettig

mager

Ongeveer. Sket-tig. Sk vooraan.

mijnwoordenboek.nl

skófje

portie, een scheut

Ongeveer. Skof-juh. Sk vooraan.

mijnwoordenboek.nl

súús

opwelling

Ongeveer. Suus, de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

swarte

zwarte

Ongeveer. Swar-tuh.

mijnwoordenboek.nl

T

troerke

kastje

Ongeveer. Troer-kuh.

mijnwoordenboek.nl

tuun

tuin

Ongeveer. Tuun, de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

U

uutfarse

ontzouten

Ongeveer. Uut-far-suh. Uut met de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

uutskoie

ophouden, stoppen

Ongeveer. Uut-skooi-uh.

De lijst geeft dit voor uitscheiden en voor uitscheien.

mijnwoordenboek.nl

V

vooiserig

uitgedroogd

Ongeveer. Voo-i-suh-rig.

mijnwoordenboek.nl

W

waardje

wratje

Ongeveer. Waard-juh.

mijnwoordenboek.nl

waarskauwe

waarschuwen

Ongeveer. Waar-skau-wuh.

mijnwoordenboek.nl

wangdluus

wandluis

Ongeveer. Wangd-luus. Eerst ng, dan luus met de uu van muur.

mijnwoordenboek.nl

wangte

wanten

Ongeveer. Wang-tuh.

mijnwoordenboek.nl

warskippe

logeren

Ongeveer. War-skip-puh. Skip zoals schip, met sk.

mijnwoordenboek.nl

waske

wassen

Ook: woaske.

Ongeveer. Was-kuh.

Ook woaske, woo-as-kuh.

mijnwoordenboek.nl

wastommen

wastobbe

Ongeveer. Was-tom-mun.

mijnwoordenboek.nl

we benne vort

we zijn weg

Ongeveer. We ben-nuh vort.

mijnwoordenboek.nl

weagje

wittebrood

Ongeveer. Wee-ag-juh.

mijnwoordenboek.nl

welninnet

welnee

Ongeveer. Wel-nin-net.

mijnwoordenboek.nl

woaid

weide

Ongeveer. Woo-aid.

mijnwoordenboek.nl

Z

zörrege

zorgen

Ongeveer. Zeur-ruh-guh. De klinker naar de eu van deur.

mijnwoordenboek.nl

zwarte liester

merel

Ongeveer. Zwar-tuh lies-tur.

mijnwoordenboek.nl

zwumme

zwemmen

Ongeveer. Zwum-muh.

mijnwoordenboek.nl

Een stuk tekst

In november 1870 schreef hoofdonderwijzer R. Wijn de gelijkenis van de verloren zoon op, in Nederlandse spelling. Johan Winkler zette die in 1874 in zijn dialecticon. Hier staan zes verzen. De hertaling is van deze site. De hele tekst staat bij de DBNL.

  1. Vers 11D'r was eris 'n man die twie jonges had.

    Er was eens een man die twee jongens had.

    Ongeveer. Eris is eens, twie is twee, jonges zijn jongens.

    Winkler 1874

  2. Vers 12Ien fan die jonges, de jongste, froeg an siin taat om siim memmes bewiis; en dat kreeg i.

    Een van die jongens, de jongste, vroeg aan zijn vader om siim memmes bewiis, en dat kreeg hij.

    Ongeveer. Ien is een, siin taat is zijn vader. I aan het eind is hij.

    Winkler verklaart taat en mem als vader en moeder, maar niet de woorden siim memmes bewiis. In de gelijkenis vraagt de zoon om het deel dat hem toekomt.

    Winkler 1874

  3. Vers 15Toe gong i na 'n boer toe, en die stuurde 'm na siin langd om de farkes te waiden.

    Toen ging hij naar een boer toe, en die stuurde hem naar zijn land om de varkens te weiden.

    Ongeveer. Gong is ging, langd is land, farkes zijn varkens, waiden is weiden.

    Winkler 1874

  4. Vers 16Hij had toe so 'n freeselike honger dat i siim buuk wel fol ete wou fan 't supen in de seunis, dat de farkes kregen, maar i kreeg niks fan gien ien.

    Hij had toen zo’n vreselijke honger dat hij zijn buik wel vol wilde eten van het voer in de trog, dat de varkens kregen, maar hij kreeg niets.

    Ongeveer. Buuk is buik, fol is vol, supen is het varkensvoer, seunis is de trog.

    Winkler 1874

  5. Vers 22Maar siin taat seide teugen siin knechs, dat se siin beste kleere brenge moste en se 'm antrekke moste en dat se 'n ring an siin hangd en skoene an siin biene doen moste.

    Maar zijn vader zei tegen zijn knechten dat ze zijn beste kleren moesten brengen en hem aantrekken, en dat ze een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn benen moesten doen.

    Ongeveer. Hangd is hand, skoene zijn schoenen, biene zijn benen. Moste is moesten.

    Winkler 1874

  6. Vers 31Toe seide siin taat teugen 'm: kiin! jij bin altoos bij me en alles wat ik hew, is foor jou.

    Toen zei zijn vader tegen hem: kind, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb, is voor jou.

    Ongeveer. Kiin is kind, bin is bent, hew is heb, foor is voor.

    Winkler 1874

Nederlandse spreuken over het eiland

Deze twee zijn Nederlands, niet Wierings. Ze gaan over de lastige vaart rond Wieringen. Bron: het Wikipedia-lemma Wieringen.

Hij ziet, of hij Wieringen in wou

Hij kijkt ontevreden. De doortocht rond het eiland was lastig, en dat stond op het gezicht.

Men moet soms hard prangen, om Wieringen te krijgen

Je hebt gevaar doorstaan voor je de haven haalt. Prangen is je schrap zetten, je erdoorheen zetten.

Bronnen

Klopt er een woord niet, of ken je er een van huis uit? Schrijf de redactie.