Delen
Suntemaarten
Op Sint-Maarten liepen de kinderen in kleine groepjes met een suntemaarten langs de huizen. De meisjes hadden een gekleurde lampion, de jongens een uitgeholde suikerbiet waarin ze een schip of een huis hadden gesneden. In de biet stond een vetkaars, zodat de figuren oplichtten. Ze zongen telkens hetzelfde lied, voor een cent of een koekje.
"Suntemeerte had er een koe, hij nòòde alle bure doe. Toe de bure kwame, toe was de koe begrave." En verderop: "Hier woont een rijk man, die veel geve kan." Wat ze ophaalden, deden ze bij elkaar en verdeelden ze thuis.
De volgende dag, 12 november, verbrandden ze de enkjes, de overgebleven stukjes kaars, en gingen ze daar nog eens het dorp mee in. Jo Daan schreef het in 1950 op, in Wieringer Land en Leven in de Taal.
Bron: Henk Braad: Zeden en gebruiken op het eiland Wieringen, deel VI