Delen
De Wieringer boon
De Wieringer boon is een kleine, witte boon met een okerkleurige vlek om de navel. Die vlek blijft als je hem kookt. De plant wordt maar een centimeter of zestig, met witte bloemen en peulen van tien tot vijftien centimeter. De peul eet je niet. De boon zelf is hartig, en niet melig zoals veel andere witte bonen.
Op het eiland vertellen ze dat een schip van de West-Indische Compagnie te zwaar was voor de vaargeul en de bonen hier loste. Zo zouden ze aan hun naam komen. Zeker is dat niet. Wel dat het een oude boon van Wieringen is, waarschijnlijk ooit uit Mexico meegenomen, en dat hij bijna verdween. Ingeblikte bonen, met een kortere kooktijd, deden de gewone droogboon aan populariteit inboeten.
Gezaaid wordt hij vanaf eind mei, in de volle grond, ongeveer vijftien centimeter in de rij en veertig tot vijftig centimeter tussen de rijen. Hij houdt van warm en droog weer. Klimhulp is niet nodig. In augustus of september trek je de hele plant uit de grond en hang je haar ondersteboven onder een dak te drogen. De opbrengst is over het algemeen hoog. Het is een droge boon, dus hij is lang te bewaren. Eerst acht uur weken in koud water, daarna ongeveer anderhalf uur koken. De peul eet je niet. In de soep horen, naast de bonen, ui, wortel, spek en worst. Hij gaat ook in een stoof, een salade of een chili.
Ruurd Walrecht, van Stichting De Oerakker, vond de bonen terug bij Nederlandse immigranten in Amerika. Die hadden ze van Wieringen meegenomen en omgedoopt tot Wirringer. Terug in Nederland verspreidden twee telers de soort, mogelijk via het Boon Plan van de Volkskrant in 2002. De krant deelde ongeveer tweehonderd bonen uit: vijf plantte ze zelf, en vijf gingen naar de eerste 39 lezers die beloofden de oogst door te geven. In 2007 bracht één teler tien kilo naar het eilandmuseum Jan Lont, om ze aan Wieringers te verkopen. Daar is hij nog te koop.
Bron: Slow Food: Wieringer Boon, Ark van de Smaak · Wieringer Nieuws: De Wieringer boon